De schrijvende atleet

Het ene moment liep ik nog hard, het volgende stapte ik half op een takje en
klapte ik ongelooflijk op mijn bek en terwijl ik viel, dacht ik dat er iets
in mijn voet brak en in diezelfde paar tellen was ik bang voor het asfalt,
maar toen ik eenmaal lag, viel dat asfalt mee. Je moet het even leren
kennen, zullen we maar zeggen. Ik trok mijn schoen uit. Ik had me weleens
voorgesteld hoe ik na een zware val kwaad mijn schoen zou weggooien, zo in
een rechte lijn van me af, maar het kwam me nu maar overdreven voor, dus
deed ik mijn schoen onmiddellijk weer aan.Er waren allemaal andere lopers om mij heen.
We waren met een man of tien.'Blijf zitten', zei iemand. Onmiddellijk opstaan, dacht ik.
'Gelijk koelen', zei een ander. Niks ervan, dacht ik. Doe ik niet.Dwarse reflexen werken nog.
'Daar gaat je Berenloop', zei iemand.'Precies, zei ik', want dat had ik ook al bedacht.
Volgens mij ook nog terwijl ik viel. Vallen is heel goed voor je hersens. Je gaat er snel van denken.
'Lopen jullie maar door', zei ik tegen de andere lopers.
'Nee, we wachten', zeiden zij. Zo gaat die conversatie altijd.

Dus hompelde ik wat rond, regelde iemand een auto, waarop ik een poosje wachten moest,
want er was een of andere voetbalwedstrijd van Go Ahead en Feijenoord, die al het verkeer opstopte
en terwijl ik wachtte, bedacht ik dat het met die breuk wel meeviel, dat het waarschijnlijk alleen maar een verstuikinkje was.
Ik draaide wat met die voet, kromde mijn tenen en schuifelde wat heen en weer, maar toen ik wat later
thuis met mijn kont op de bank en mijn voet op een IKEA-krukje zat, begon ik er in mijn hoofd
alweer breuken, verscheuringen en ontwrichtingen van te maken.
In de verte juichte het voetbalpubliek. Zij wel.

Nu steun ik op een telescopische wandelstok.
Als ik een makkelijk stapje doe, dan denk ik, met een flinke donder tape lukt het wel, die Berenloop,
zie ik al voor me hoe ik het strand overstuif, en als het een moeizame stap is, verdwijnt die Berenloop.
Die wandelstok is made in China en hij glinstert en voelt fragiel,
zo fragiel dat ik bang ben dat hij inschuift zodra ik er te hard op steun, en
voorover klap, in een of andere groteske val. Zo'n val waar je, als het een
ander overkomt, per ongeluk om lacht. Je slaat je handen voor je mond van
schaamte en plezier. 
Zo'n val lijkt me ook de perfecte metafoor voor
Europa, China en de euro en daar was ik nog net naar op zoek. 

En dat is in twee secondes. Briljant. (MDH)

 Jacintha had eindelijk het besluit genomen. Na de altijd beruchte zomerse barbeques hing haar buik weer zwabberend over de rand van haar spijkerbroek. Haar moeder had haar al een paar keer misprijzend aangekeken tijdens haar laatste verjaardag en gevraagd of ze te kleine kleding had gekocht. Het kreng!
Maar ook haar collegaatje Liset had al een paar keer voorzichtige opmerkingen gemaakt naar haar, waardoor het toch wel hoog tijd werd. Tijd voor actie.
Een klein artikeltje in de krant had haar aandacht getrokken. De plaatselijke atletiekvereniging begon met een starterscursus, speciaal voor mensen die nog niet zo vaak hadden gelopen. Dat leek haar wel wat. Lekker anoniem en hopelijk werd haar figuur er een stuk beter door. Inschrijven dan maar via de website. Brrr wat een boel foto’s van afgetrainde slanke mensen.

Hirco checkte op zijn hardlopershorloge het trainingsschema voor die avond. 7 keer een800 meterstevig doorrennen en 30 seconden rust tussendoor. Daarmee zat hij redelijk op koers om eindelijk een 33 minuten te lopen op de10 kilometer. Daar was hij nu al een paar jaar voor aan het trainen. Zijn relatie was al een jaar afgelopen, zij hield alleen van zijn geld. Jammer maar helaas. Meer tijd om te trainen.

Een beetje zenuwachtig kwam Jacintha aan bij het atletiekcomplex. Ze had een joggingbroek kunnen vinden in de kast, gymschoenen van lang geleden aan haar voeten gedaan en een slobbertrui aangetrokken die iets te veel wasbeurten had gehad. Dat had haar wel wat geleken, maar ze kon wel door de grond zakken van ellende toen ze de mede-cursisten zag staan. Snelle strakke broeken, fluorescerende shirts en blinkende hardloopschoenen. Op de 400-meter-atletiekbaan werd hard gelopen door snelle mannen en een enkele snelle vrouw.

Hirco voelde in de derde ronde van zijn training dat de vaart er goed in ging zitten. Hij scheurde hard door de bochten, geconcentreerd op zijn techniek. Zijn linkerschouder moest meer ontspannen blijven, had zijn trainer al een paar keer geschreeuwd. Hirco beweerde altijd dat dit kwam door de binnenbochten van de atletiekbaan, maar zijn trainer vond dat hij gewoon beter zijn best moest doen. In zijn ooghoek zag hij even wat drukte ontstaan bij het clubhuis, dat waren vast de nieuwelingen die dadelijk de baan gingen vervuilen.

De trainster van de starterscursus riep iedereen bij elkaar en begon met de uitleg. Nu was er geen weg meer terug. Jacintha ging zo ver mogelijk achteraan staan, maar nam zich wel voor om echt mee te gaan doen. Daarvoor was ze immers gekomen. De eerste oefening was gelukkig eenvoudig. Één minuutje dribbelen, en dan weer rust. Dat moest wel gaan lukken. Met de hele groep stapten de cursisten voorzichtig op de rode atletiekbaan. Na het fluitje van de trainster zette de gemêleerde groep zich in beweging.

“Fuck!” Hirco zag de groep cursisten de baan oplopen, net terwijl hij nog in zijn 5e ronde bezig was. En die sufkoppen hielden vast geen rekening met de echte atleten !
Ja hoor, de binnenbaan stroomde vol met sukkelende cursisten. Hirco botste nog net tegen de achterste lopers aan, die verschrikt omkeken. Daar ging zijn training. Met een chagrijnig gezicht liep Hirco naar de kleedkamer voor een extra jack. Dan maar even uitlopen. Dit werd niks meer vandaag.

Ojee, daar ging het gelijk al mis. Ze liep nog geen 50 meter of ze had de eerste boze atleet al in haar nek. Natuurlijk had ze niet opgelet, het was al spannend genoeg. Dus ze schrok zich een hoedje toen er opeens een grote snelle man tegen haar aan botste. Ze kon wel door de grond zakken. De rest van de avond ging snel voorbij, maar door het incident voelde ze zich niet prettig. Toen ze na de cursus snel naar huis ging, zag ze hem nog even staan. Moest ze nog een keer sorry zeggen? Toch maar niet, veel te eng.

Een week later nam Hirco zijn voorzorgsmaatregelen. Toen hij zag dat de tweede cursusavond bijna ging beginnen, liep hij snel naar de trainster en vroeg nadrukkelijk ervoor te zorgen dat de binnenste baan van de atletiekbaan vrij bleef voor de snelle lopers. “Dat hoorde zo”, zei hij. Ze zou het proberen, was de kleine belofte. Hirco zag dat hij werd aangestaard door de groep. Uit bewondering of smalend ? Hij wist het niet.

Jacintha had zich beter voorbereid deze tweede les. De gympen waren vervangen door hardloopschoenen, die ze de afgelopen week ook al 2 keer had uitgeprobeerd. Ze luisterde mee met de berispende vraag van de lange atleet. Ze voelde zich aangesproken en zou deze keer beter opletten. Het lopen ging best wel goed deze keer. Jacintha voelde zich al een beetje fitter worden. De snelle blonde atleet, Hirco heette hij, had ze opvangen, zoefde meerdere keren langs haar heen. Mooie billen, dacht ze stiekem. Na de training meldde de trainster dat volgende week een vervanger de training zou verzorgen. Ze wist nog niet wie dat zou zijn.
Jacintha had stille hoop….

Een week later liep Hirco weer rond op de trainingsbaan, maar deze keer in een andere functie. Hij was immers gevraagd om een training te geven aan de nieuwelingen. “Vooruit dan maar”, had hij gezegd. Hij zou ze eens echt laten werken!
De groep stond al klaar bij de ingang, toen hij zijn rondje afsloot en naar hen toeliep.
“Mag ik even jullie aandacht!”, riep hij met zijn zware stem. “Ik ga jullie deze week les geven, dus kom maar met mij mee”. Hij herkende het meisje met de bruine krullen waar hij de eerste keer tegenaan was gebotst. Deze keer had ze echte hardloopkleren aangetrokken, waardoor ze er een stuk beter uitzag. Bij de les blijven, Hircootje, dacht hij en begon met de training.

Jacintha zag dat Hirco even onderzoekend naar haar had gekeken. Ze was even teleurgesteld dat ze geen oogcontact hadden gehad, maar ze was blij dat ze nu iets flitsender was gekleed. En die hangende buik kon ze al wat beter strak houden, ook wel geholpen door die strakke loperskleding. Ze zou haar best gaan doen deze avond, dat was wel duidelijk !
De eerste oefeningen van Hirco waren een stuk moeilijker dan eerder. Pffff, haast onbegrijpelijk, vond ze. Met rode konen en licht zwetend probeerde ze toch alles goed mee te doen. O jee, daar kwam Hirco al naar haar toe !
“Lukt het?”vroeg hij met zijn zware stem aan haar. “Gaat wel”, piepte ze nerveus. Ze durfde hem nauwelijks aan te kijken. Hij glimlachte vriendelijk en liep naar de volgende. “Shit, dat was je kans”, dacht ze. “Dank je”,  riep ze nog na.

Best aardig meisje, dacht Hirco na de training. Hij keek quasi toevallig even naar haar. Ze was de cooling-down-oefeningen aan het doen, waardoor haar mooie vormen nog duidelijker zichtbaar waren. “Prettige avond allemaal, tot een volgende keer”, zei hij, terwijl hij langs de groep liep, terloops even zijn hand over haar schouder laten glijden. “Goed getraind”. En met een glimlach liep hij naar zijn fiets. Dat Jacintha met vuurrode wangen hem nakeek, voelde hij meer dan dat hij het zag.

Jacintha liep de week daarop fluitend en glimlachend naar de training. Ze had extra hard geoefend, geen vette hap gegeten en zich een beetje opgemaakt voor de training. Zou hij er weer zijn ?
Ze zag hem staan. Gelukkig. Hij glimlachte even naar haar en stak zijn hand op naar haar. Wow, ze kreeg lichte kriebels in haar buik. Ze glimlachte terug en ging zelfverzekerd de inlooprondjes lopen. En kijk nou, wie kwam naast haar lopen….
“Hoi Jacintha, alles goed?”, vroeg hij vriendelijk. “Zal ik even mee inlopen?” “Tuurlijk”,  stamelde Jacintha en probeerde zo goed mogelijk rechtop te lopen.
Na het eerste rondje begon ze ook te praten tegen hem. Eerst nog aarzelend, maar al gauw liepen ze samen kletsend de resterende 400meter-rondjes.

Op het eind van de training stond Hirco “toevallig” nog even te rekken en te strekken. “Kom je boven nog even wat drinken?” vroeg hij. “Goed plan”, antwoordde Jacintha, “kan ik even bijkomen”.
En in het clubhuis zaten ze gezellig samen een sportdrankje te drinken, zij vragend naar zijn snelle wedstrijden, grote sporthorloge en naar zijn tips. Hij rustig antwoordend en vragen over haar werk als makelaar, haar woning, haar loopambitie. Het gesprek liep zo vanzelf alsof ze elkaar al heel lang kenden. En zijn vraag om samen naar haar huis te fietsen was ook heel normaal. De vlinders schoten door haar buik….

Met een voorzichtige kus nam hij afscheid van haar. “Tot gauw!”, zei hij zacht.
“Jeehoo”, dacht Jacintha. Dat lopen zo leuk kan zijn…..

Ik ben een recreant hardloper. Dat klinkt een beetje als ons kabinet die het leger naar Afghanistan stuurt, maar dan niet wil vechten. Stel je voor dat je moe wordt. Maar het moet gezegd worden: zelfs recreanten willen wel eens een sprintje trekken.

Sinds anderhalf jaar loop ik bij Daventria en na verloop van tijd begon ik een gedeelte van de lopers in groepjes in te delen: de praters, de haantjes, de snuiters en de rufters.

De praters zijn oververtegenwoordigd in de langzamere groepen. Tenslotte hebben zij adem over om tijdens het rennen de dag door te nemen. Ik zal nooit vergeten hoe ik ’s middags in de trein zat en een man samen met een vrouw aan één stuk door kletsten in de stiltecoupé, zelfs nadat iemand om stilte had gevraagd. ’s Avonds bij de warming-up hoorde ik die stem nog steeds in mijn hoofd, totdat ik me realiseerde dat diezelfde man ook meeliep en nog steeds aan het kletsen was. De praters zijn zeer belangrijk in elke hardloopgroep: zij zorgen voor gezelligheid, afwisseling en nieuwtjes.

De haantjes zijn in alle groepen aanwezig. Ondanks dat ze recreant hardloper zijn, moeten ze wel vooraan lopen of eerste worden bij de sprint. Vermoedelijk omdat ze dan thuis hun verhaal kunnen vertellen, of andersom, omdat ze thuis niks te vertellen hebben. Ook de haantjes zijn noodzakelijk in elke hardloopgroep: alleen door uitgedaagd te worden, zal je betere lichamelijke prestaties leveren. Je loopt niet voor niks harder tijdens een wedstrijd, waarin de klok loopt en je mensen in kan halen.

De snuiters en de rufters zijn iets minder belangrijk voor het hardlopen, en met name mannen vanaf 40 jaar behoren tot deze groepen. De snuiters krijgen tijdens het lopen de onweerstaanbare drang om snot naar buiten te schieten en wel met zo’n snelheid dat het snot niet eens doorheeft dat het al op straat ligt. Dat zou niet zo’n probleem zijn, als er niet zoiets bestond als mee-snot. Mee-snot is net zoals meeroken een bijproduct, en wel van een snotlancering. Als je als loper achter een snuiter loopt, en de lancering vindt plaats, is er een kans van 80% neerslag op je gezicht, armen en benen; ondanks dat het zonnetje zo lekker schijnt. Nu zou je kunnen zeggen dat door die snotregen je weerstand wordt verhoogd, maar verder zijn er niet zoveel voordelen van te noemen.

Een vergelijkbaar verhaal geldt voor de rufters. Net als Hans en Grietje zijn ze blijkbaar bang om te verdwalen, maar in plaats van broodkruimels komt er een geurspoor aan te pas. Omdat elke loopgroep een trainer heeft die de weg weet, talloze lopers een GPS-horloge hebben en velen de weg naar de Averlose Houtweg wel kennen, is het geurspoor een overbodige functie.

Nu kunt u als lezer misschien het idee krijgen dat lopen met recreanten helemaal niet zo fijn is. Maar dan heeft u het mis! Want deze praters, haantjes, snuiters en rufters blijken hele gezellige mensen te zijn die ook nog goede sportieve prestaties leveren. En daar is het een recreant hardloper allemaal om te doen.

Tussen de middelste tenen van mijn linkervoet ontwikkelde ik een eksteroog, zo dik als een meikever, zo groot als een euro. Als ik er aan peuterde deed het pijn, als ik er op liep ook. Hardlopen ging wel. Na een paar honderd meter trad er een spontane verdoving in werking. Ik wilde dat eksteroog weleens zien, maar dat viel niet mee. Ik kon mijn voet niet ver genoeg omhoog krijgen en mijn rug niet diep genoeg buigen om tussen mijn tenen te kijken. Ik legde een spiegel plat op de grond en hield mijn voet er boven. Daarvoor waren mijn ogen dus te slecht. Ik heb ook nog een opnametje van mijn tenen gemaakt  met de webcam van mijn Mac, maar dat werden onaangename foto’s van vaag mensenvlees. Ik heb ze gelijk weggegooid en ook de prullenbak van mijn computer heb ik leeggemaakt.
Op een dag  werkte de spontane verdoving niet meer. Pijn dus bij elke stap. Toen vond ik de tijd rijp om naar een pedicure te gaan. Ze zat ergens in een huisje aan het spoor en ze sabbelde op een appelsteeltje toen ze me opendeed. Ze had lang grijs haar en een littekentje op haar wang, dat haar iets charmants gaf.
Mij groette ze met een knikje, maar tegen mijn voeten was ze enthousiast. ‘Hallo jongens’, zei ze, toen ik mijn sokken uittrok en ze mijn voeten kon zien.
Ze spreiddde een zacht gewatteerd zeiltje op haar schoot. Daar mochten mijn voeten op. Zij  nam mijn tenen in haar handen en ging ze één voor één langs, zoals je de vingers of teentjes van een tweejarige telt. Ze plukte pluisjes van mijn sokken weg en drukte eens op mijn eksteroog.
‘Heel goed’, zei ze.
‘Wat is heel goed’, vroeg ik.
‘O niets’, zei ze. ‘Het gaat om je voeten.’

Ze opende een laatje, pakte een vijltje en begon mijn tenen te schaven. Ik had verwacht dat het pijn zou doen, maar ik voelde alleen een lichte kriebel. Er rolden vlokjes eelt op haar schoot en ze neuriede zacht. Af en toe veegde ze het eelt van haar zeiltje in een metalen bekken. Een maal hoorde ik iets met een harde tik in het bekken vallen.
‘Was dat mijn eksteroog’, vroeg ik.
‘Nee, het puntje van mijn vijl’, zei de pedicure.
Zo schaafde zij een poosje door, eerst mijn linker- toen mijn rechtervoet. Toen ze klaar was, klopte zij met haar handen in de bal van mijn voeten. Ze zei nog net niet ‘braaf’. Ik trok mijn sokken en schoenen weer aan en kwam overeind. Ik ging van mijn ene voet op mijn andere voet staan. Het voelde heerlijk, verlicht, als nieuw. Anders kan ik het niet zeggen.
De pedicure schudde met het bekken alsof het een pan kruimige aardappeltjes was en de vlokken eelt dansten op en neer.  Ze keek er tevreden naar. Ik zou bijna vertederd zeggen.
‘Ik zie die voeten van jou graag nog eens terug’, zei ze.
Thuis voelde ik voorzichtig aan mijn eeltloze tenen. Ze leken mij ineens zo jong. Ik bukte me nog een keer tevergeefs, ik klungelde nog wat met de spiegel op de grond. De webcam liet ik maar achterwege. Ik heb het eksteroog voor de behandeling nooit gezien en ik kon nu ook niet zien waar het gezeten zat, al wilde ik dat nog zo graag. Het was zeker niet voor mijn ogen bestemd. Ik dacht nog een poosje aan de blik waarmee de pedicure naar mijn voeten gekeken had en hoe koeltjes ze mij 20 euro in rekening had gebracht en ik begreep dat het tussen haar en mijn voeten ging. Ik speelde zelf geen enkele rol.

(MDH)

tears of unity reach my eyes
longing at this bridge

tongues in trifling tension
a world of running mates
gathered together hence
in a single bold ambition

to achieve a purpose-filled life
full of peer recognition
we choose loving persons
to hold our hand
and burst into the unknown
with no compromise

along this stretch of effort
another ego centred fight
only mothers accept
such lonesome quests
just like children abide
to your simple being

on this one time course
new local friends cheer you up
their radiation makes it home
in an incredible city surge

always way too fast
at the start of an endeavour
missing external reference
to dose my talents even more

the sun warms my body
while I recall my childhood years
nowhere now to exchange
any present daily fears

so share the beauty of buildings
guiding twisting rivers
with all other who ascend
now muscles begin to shiver

hovering towards Liebe
in an everlasting race
I find my girls with pals
loudly shouting at a bend
they lift my spirits in this frenzy
of schmerz and tunnel vision
moving along my side
as for ever will be
the fortunate case

open is this avenue
while it offers a sense of finish
my steps now so small
a pace that allows to be overtaken

around the corner finally sight
of the long craved for U
while the clock passes 3:32
a final trust of power awakens

once again I am touched
in this self confronting gig

Maarten Douwe Bredero