De schrijvende atleet

Vrijdagochtend, 5 uur in de ochtend. De wekker gaat meedogenloos af. Met een gezonde hoeveelheid tegenzin
schuif ik de dekens weer van mij af. Snel een kort ontbijtje, vol proteïnen en vol capsules met visolie, calcium
en meer geadviseerde rommel.

Trainingskleren aan en hup naar buiten. Shit, het regent, nu al weer voor de derde dag achter elkaar.
Warming up doe ik dan maar even snel, voordat de trainingsjongens er over een half uur ook bij zijn.
Het schema voor de eerste training van vandaag is weer hard en lang. Met een gemiddelde van 19 per uur
zullen we 1,5 uur langs de dijk gaan razen. Benieuwd of de ingehuurde trainingsjongens dit gaan volhouden.
Daar zijn ze al, licht chagrijnig door het vroege uur, maar wel al klaar om mee te lopen. Na een korte groet
gaan we op pad. Het eerste half uur lopen de jongens nog vol bravoure netjes voor me. Daarna krijgen ze
het moeilijk. Sjakie, de jongen met de vette kuiten wordt langzaam witjes. Zijn tempo gaat langzaam omlaag
en het duurt niet lang voordat hij zijn ontbijt in de berm doneert aan de kwakende kikkers. Wachten doe ik niet,
daarvoor is geen tijd in het schema. Jacob, een van de andere ingehuurde jongens belt al lopend even snel
op voor een repatrierings-auto. Hij weet tenminste dat rennen en bellen best wel samen gaat. Wij rennen door.

De dijk is glibberig door de regen, de schoenen slippen af en toe weg, de haren hangen voor de ogen. De wind
lijkt mee te draaien met de dijk, constante tegenwind. Ik ketter de jongens voor me uit en roep dat ze wat
harder moeten lopen. Toptraining is er nodig, want anders haal ik de topprestaties nooit.
Watjes zijn het, als ze tegen de wind in beukend steeds wat tempo verliezen. Ik heb er genoeg van en neem
zelf dan maar de kop. De laatste 9 kilometer gaan scherp hard. De bochten worden schuin ingezet. De wind heeft
weinig vat meer op mijn snelheid. De inhuurlopers hebben adem tekort om te kunnen vloeken. Volgende keer huur
ik hardlopers in. Ze moeten blij zijn dat ze mee mogen.

Na 1,5 uur hebben we de dijk geslecht. De ophaalauto staat er weer. Snel naar huis, waar vriendin het ontbijt net
klaar heeft gezet. “eet je even gezellig mee met je kinderen?" vraagt ze nog hoopvol. Maar ik duik zwijgend mijn tobbe
in met ijskoud water om de spieren sneller te laten herstellen. Alles voor de top. Ik zal het halen.

 

 

Iemand vertelde me over eeuwenoude hardlooprituelen. Indianen die honderden kilometers rennen en
onderwijl een ebbenhouten bal voortschoppen, Inca-ijlbodes die boodschappen overdragen in een
geheimtaal die ze zelf niet begrijpen. Medicijnmannen die hardlopers zegenen met geprevelde
formules. Kilometerslange voetsporen door de woestijn, die stoppen in het niets.
Zet dat maar eens naast de Champion Chip aan je veter, je lievelingssokken, je high five voor de start, dacht ik.

Maar later schudden de kinderen uit mijn straat aan mijn ladder. Ik knipte met een hand om de bovenste sport
geklemd de scheuten uit de leiboom in mijn achtertuin. “Of ik van de twijgen heksenbezems wilde maken.
Dan konden ze net als in Harry Potter zwerkbal spelen.” riepen ze. ‘Goed’ zei ik en ik klauterde voorzichtig naar beneden.
Weken cirkelden ze door de straat in hun spel met ballen, bezemstelen en toverspreuken.
Nu zijn de bezems uitelkaar gevallen, de regels ingekort, de ballen zoekgeraakt.
Maar het spel bestaat nog steeds: ze sprinten met een kale  bezemsteel tussen hun benen en
af en toe roepen ze een toverspreuk. 
Als je hen vraagt wat ze doen, kijken ze je zo misprijzend aan dat je je wel schamen moet.

Als je de snelle reclamejongens mag geloven bezit een nieuwe schoen veel demping. Maar als diezelfde schoen al 1200 kilometer achter de hakken heeft is er van die demping bitter weinig meer over. Deze uitgelopen schoen mag zijn laatste dagen slechts slijten op een kalm verend bospaadje. Tenslotte beëindigt hij zijn loopbaan in de schuur en worden uit nostalgie nog jaren bij zijn afgeschreven soortgenoten bewaard.

Wat is demping nu eigenlijk? Volgens het woordenboek is dempen “het verminderen van de uitwijking in een golfbeweging bij trillende lichamen”. Dus ongeveer zoals de schokbrekers van een auto er voor zorgen dat je rustig kunt blijven bellen of koffie drinken terwijl je over een verkeersdrempel rijdt.

De demping van een hardloopschoen is voorwerp van veel onderzoek. Alle grote fabrikanten lossen het probleem op hun eigen wijze op. Daarbij flink gehinderd door elkaar omdat alle systemen door octrooien worden beschermd.

Zo gebruikt Nike al jaren luchtkamertjes om de klappen op onze gewrichten op te vangen. Nike “air max” is het concept van deze Amerikaanse fabrikant. Asics heeft “Gel” ontwikkeld en verwerkt dit exclusief in zijn hardloopschoenen. Saucony heeft al sinds begin jaren negentig het GRID systeem als demping. Dit systeem lijkt op een soort tennisbespanning die in de zool zit verwerkt. Mizuno heeft hiertoe een aantal jaren geleden de Wave-plaat ontwikkeld. Dit is een min of meer golvende plaat die de tussenzool van de schoen in tweeën deelt. Tenslotte hebben ook Adidas en New Balance niet stil gezeten maar eigen materialen ontwikkeld. AdiPrene is door Adidas zelf ontwikkeld en New Balance verwerkt exclusief het materiaal AbZorb in zijn hardloopschoenen.

Eigenlijk wel zonde dat al die energie door de demping wordt teniet gedaan. Veel mooier zou het zijn geweest als de neerwaartse kracht kon worden opgevangen en teruggegeven in de opwaartse kracht; het principe van een veer.
De fabrikanten en wetenschappers hebben zich dit ook gerealiseerd en zo heeft Adidas een schoen ontwikkeld met een metalen bladveer in de hiel. Ook Nike heeft een poging gedaan met zijn Shox (4 veerkrachtige paaltjes onder de hak). Het verst ontwikkeld hierin lijkt de “WaveSpring” technologie die door het schoenmerk Spira is gepatenteerd. Door deze spiraalveren in de hak is dit inderdaad een snelle schoen, maar de vraag is natuurlijk of hij wordt toegestaan bij wedstrijden.
We kennen natuurlijk de Zuid-Afrikaan Oscar Pistorius die twee onderbenen mist. Oscar loopt op verende prothesen, die hem de bijnaam Blade Runner opleverden. Deze zogenoemde Cheetah-blades geven de loper een mechanisch voordeel, zo oordeelde een commissie van de IAAF in 2008 en sloot hem destijds uit van officiële wedstrijden. Dit weerhield hem er niet van een Olympisch record te vestigen bij de Paralympics.

Het lijkt er dus op dat er veel energie wordt besteed om bij onze schoenen de optimale demping te realiseren en de veerkracht binnen de perken te houden. Bij een atleet of een atletiekvereniging is eigenlijk het omgekeerde van belang. Wij willen geen demping maar realiseren graag optimale veerkracht.

Reactie op deze column?

Mijn allereerste marathon liep ik in 1995 in mijn toenmalige woonplaats, Amsterdam.
Toen nog twee rondjes door het centrum. Slalommend tussen trams en taxi’s die weinig
respect hadden voor het oponthoud dat door een aantal slome trimmers werd veroorzaakt.

Ik had een vast trainingsrondje in het Vondelpark waar ik een aantal keer per week een
paar rondjes liep tussen voetballende, BBQ’ende en blowende buurtbewoners en toeristen.
Af en toe een lange duurloop door het Amsterdamse bos. Ik hield de tijden bij maar van
een schema was totaal nog geen sprake.
Zonder last van een geschiedenis begon ik aan de ruim 42 kilometer omdat ik vond dat ik het een keertje moest doen.

Als ik naar de finishfoto kijk van toen lijkt het alsof het een foto uit grootvaderstijd is.
Toen liep ik op oude gympen. Ik had een voetbalbroek aan en een katoenen t-shirt dat
helemaal nat was van het zweet. Ik had geen schema en geen horloge bij me.
Ik begon en zou wel zien waar ik zou eindigen. Bij aankomst kon ik mijn tennissokken
en schoenen weggooien want er zaten grote gaten in. Ook mijn sportbroekje kon
richting prullenbak want ik had die wedstrijd voor het eerst een gelletje geconsumeerd
dat mij onderweg werd aangereikt door de organisatie. Deze had echter een
desastreuze uitwerking op mijn darmen dus ik hield het niet helemaal droog.

Hoe anders was het bijna 15 jaar en 10 marathons later: Fit aan de start, met veel
kilometers training. Aerodynamische kleding en 3 tubes met gel professioneel  aan de
sportbroek vastgemaakt. Een snel Daventria wedstrijd-singletje en met een schema aan de start.
Een schema dat me in een vlak tempo naar de gewenste eindtijd zou brengen.
Uit alles blijkt dat ik me beter had voorbereid en aan alles voelde ik dat ik geen 42-jarige trimmer was,
maar een atleet die routineus twee rondjes door Enschede zou gaan lopen. 
Aan alles was te zien dat ik een ervaren Daventria loper was, behalve aan de eindtijd.
Die was ruim een kwartier langzamer dan mijn allereerste marathon.
Maar… aan de kleding kan het niet liggen.

Reactie op deze column?

Een paar jaar geleden liep ik ergens achter Woerden voor het eerst een halve. Het was vlak voor kerst en het parcours liep langs bevroren sloten en vaarten. De weides waren wit bevroren, maar de paden waren schoon. Duizenden stampende voeten schudden de rijp uit de bomen. In de verte zag ik de bovenlijven van schaatsers in rijen door de weides trekken.
Maar mooi is niet genoeg. Die 21 kilometers strekten zich als een onbekende verte voor me uit en iets in mij fluisterde me telkens toe: “niet te hard”, “pas op”, “kijk uit”.
Ik kwam achter een meisje te lopen met een wild dansende paardenstaart, waaraan een elastiekje met een oranje balletje zat, dat steeds tussen haar schouderbladen landde. Ze droeg een GPS die om de haverklap piepte.“Voor als ik sneller dan 5’15 ga”, zei ze.
“Blijf bij haar”, fluisterde ik, “dat is precies wat je wilde” maar ik ging door.
Later, op een dijkje, passeerde ik een kleine Aziatische man, met een heel lichte tred. “Jij loopt uitstekend”, zei hij.  “Jij gaat heel goed” en hij stak een duim naar me op. Er zat iets onder zijn schoen, dat een klakkend geluid maakte. Fred Astair op Acics. Het geluid vervaagde, maar die duim bleef ik nog een poosje voor me zien.
Een poosje, want in Montfoort, waar uit een paar boxen ter hoogte van kilometer 17 heel hard “Flappie” van Youp van ’t Hek knerpte, trok iets of iemand aan een touwtje dat al een paar kilometer hinderlijk in mijn hoofd heen en weer slingerde. “Duisternis”zei een stem “en er was duisternis.”

Ik herinner me een haakse bocht in het parcours, een verlopen garage, met op het dak een kerstman zonder hoofd, een man in overall, die in zijn handen stond te blazen, een vaart, rinkelende schaatsen, iemand die “scheur” brulde en een vloedgolf van roffelende voeten.  In al dat geroffel hoorde ik ook de klakkende schoen. Het ene ogenblik kwam hij, het andere was hij al weg. Ik zag weer een duim en veel later zwiepte een paardestaart met een oranje balletje voorbij.

Dit was drie jaar geleden. Ik heb sindsdien twee handen vol halve gelopen . en met dat gefluister ben ik na een paar keer gestopt. Hooguit mompel ik zo af en toe “ontspan man, ontspan” en meestal kijk ik lekker om me heen. Maar laatst, op een veel te warme zondagmiddag op een met betonplaten verharde straat in Enschede, dook er een klakkende schoen op uit het niets.

Ik keek naar mijn schoenveters, die op en neer dansten op mijn wreven, naar de spleten tussen de betonplaten en naar de kiezels die zaten vastgeklonken in het beton. Ik dacht aan een kerstman zonder hoofd, aan rijp die uit de bomen dwarrelt en aan schaatsen die rinkelden over het ijs en ik weet zeker dat ik die middag de enige was, die bij het passeren van de finish dacht dat het winter was.

Reactie op deze column?