Ik ben een recreant hardloper. Dat klinkt een beetje als ons kabinet die het leger naar Afghanistan stuurt, maar dan niet wil vechten. Stel je voor dat je moe wordt. Maar het moet gezegd worden: zelfs recreanten willen wel eens een sprintje trekken.

Sinds anderhalf jaar loop ik bij Daventria en na verloop van tijd begon ik een gedeelte van de lopers in groepjes in te delen: de praters, de haantjes, de snuiters en de rufters.

De praters zijn oververtegenwoordigd in de langzamere groepen. Tenslotte hebben zij adem over om tijdens het rennen de dag door te nemen. Ik zal nooit vergeten hoe ik ’s middags in de trein zat en een man samen met een vrouw aan één stuk door kletsten in de stiltecoupé, zelfs nadat iemand om stilte had gevraagd. ’s Avonds bij de warming-up hoorde ik die stem nog steeds in mijn hoofd, totdat ik me realiseerde dat diezelfde man ook meeliep en nog steeds aan het kletsen was. De praters zijn zeer belangrijk in elke hardloopgroep: zij zorgen voor gezelligheid, afwisseling en nieuwtjes.

De haantjes zijn in alle groepen aanwezig. Ondanks dat ze recreant hardloper zijn, moeten ze wel vooraan lopen of eerste worden bij de sprint. Vermoedelijk omdat ze dan thuis hun verhaal kunnen vertellen, of andersom, omdat ze thuis niks te vertellen hebben. Ook de haantjes zijn noodzakelijk in elke hardloopgroep: alleen door uitgedaagd te worden, zal je betere lichamelijke prestaties leveren. Je loopt niet voor niks harder tijdens een wedstrijd, waarin de klok loopt en je mensen in kan halen.

De snuiters en de rufters zijn iets minder belangrijk voor het hardlopen, en met name mannen vanaf 40 jaar behoren tot deze groepen. De snuiters krijgen tijdens het lopen de onweerstaanbare drang om snot naar buiten te schieten en wel met zo’n snelheid dat het snot niet eens doorheeft dat het al op straat ligt. Dat zou niet zo’n probleem zijn, als er niet zoiets bestond als mee-snot. Mee-snot is net zoals meeroken een bijproduct, en wel van een snotlancering. Als je als loper achter een snuiter loopt, en de lancering vindt plaats, is er een kans van 80% neerslag op je gezicht, armen en benen; ondanks dat het zonnetje zo lekker schijnt. Nu zou je kunnen zeggen dat door die snotregen je weerstand wordt verhoogd, maar verder zijn er niet zoveel voordelen van te noemen.

Een vergelijkbaar verhaal geldt voor de rufters. Net als Hans en Grietje zijn ze blijkbaar bang om te verdwalen, maar in plaats van broodkruimels komt er een geurspoor aan te pas. Omdat elke loopgroep een trainer heeft die de weg weet, talloze lopers een GPS-horloge hebben en velen de weg naar de Averlose Houtweg wel kennen, is het geurspoor een overbodige functie.

Nu kunt u als lezer misschien het idee krijgen dat lopen met recreanten helemaal niet zo fijn is. Maar dan heeft u het mis! Want deze praters, haantjes, snuiters en rufters blijken hele gezellige mensen te zijn die ook nog goede sportieve prestaties leveren. En daar is het een recreant hardloper allemaal om te doen.